GAS 5-boete betwisten: proces-verbaal, foutenmarge, ijking en bevoegde vaststeller
Een GAS 5-boete lijkt vaak eenvoudig: een camera registreert een snelheidsovertreding en enige tijd later valt een brief van de gemeente in de bus.
Maar juridisch is er meer nodig dan alleen een automatische meting.
Ook bij GAS 5 moet kunnen worden nagegaan wat precies werd gemeten, welk toestel werd gebruikt, of dat toestel geldig geijkt was, welke technische correctie werd toegepast en wie de overtreding juridisch heeft vastgesteld.
Dat is belangrijk, zeker omdat GAS 5 vaak wordt gebruikt voor zeer kleine snelheidsovertredingen.
Ook bij GAS 5 moet er een geldige vaststelling zijn
Artikel 29quater, § 2, 3° Wegverkeerswet bepaalt dat een GAS 5-boete alleen mogelijk is wanneer de snelheidsovertreding werd vastgesteld volgens de voorwaarden van artikel 62 Wegverkeerswet, met een automatisch werkend toestel zoals bedoeld in dat artikel.
De camera stelt de overtreding dus niet zelfstandig vast.
De camera levert de technische gegevens. Vervolgens moet een wettelijk bevoegde persoon de overtreding vaststellen en moet daarvan een proces-verbaal worden opgesteld.
Wie mag een GAS 5-snelheidsovertreding vaststellen?
Bij automatische snelheidscamera’s kan die vaststelling gebeuren door:
- een lid van het operationele kader van de federale of lokale politie, bijvoorbeeld een politie-inspecteur;
- of een bevoegde medewerker van het administratieve en logistieke kader van de politie (CALog) wanneer de vaststelling gebaseerd is op gegevens van een automatisch werkend toestel.
Niet iedereen die bij het GAS 5-dossier betrokken is, mag dus zelf de snelheidsovertreding vaststellen.
Een gewone gemeentelijke GAS-vaststeller, de sanctionerend ambtenaar, een medewerker die voor Haviland dossiers verwerkt of een werknemer van een private onderneming zoals TaaS, Macq of Trafiroad kan niet zomaar in de plaats treden van de wettelijk bevoegde vaststeller.
Een private firma kan technische gegevens verwerken of kandidaat-overtredingen selecteren. De juridische vaststelling moet nog altijd gebeuren door een bevoegde persoon.
De technische correctie van 6 km/u moet worden toegepast
Ook de gemeten snelheid kan niet zomaar één op één worden gebruikt.
De technische regels voor snelheidsmeters zijn uitgewerkt in het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van meettoestellen gebruikt voor de handhaving van de verkeerswetgeving.
Bijlage 2 bij dat besluit bepaalt voor snelheden tussen 30 en 100 km/u een maximaal toelaatbare positieve fout van 6 km/u.
Daarom wordt bij dergelijke snelheden een technische correctie van 6 km/u toegepast.
Een voorbeeld:
Toegelaten snelheid: 50 km/uGemeten snelheid: 57 km/uTechnische correctie: - 6 km/uGecorrigeerde snelheid: 51 km/u
De bestuurder wordt dus niet gesanctioneerd op basis van 57 km/u, maar op basis van 51 km/u.
Net bij GAS 5 kan dat verschil belangrijk zijn. Het gaat immers vaak om kleine overschrijdingen. Daarom moet uit het dossier kunnen blijken welke snelheid oorspronkelijk werd gemeten en welke gecorrigeerde snelheid uiteindelijk werd weerhouden.
Was de snelheidscamera geldig geijkt?
Ook het gebruikte meettoestel moet aan de wettelijke voorwaarden voldoen.
Bij een betwisting moet daarom kunnen worden nagegaan:
- welk toestel de meting heeft uitgevoerd;
- of dat toestel rechtsgeldig was goedgekeurd;
- of er op de datum van de feiten een geldig ijkattest bestond;
- en of het attest daadwerkelijk betrekking heeft op het toestel waarmee de concrete overtreding werd gemeten.
Een automatisch systeem kan alleen betrouwbaar bewijs opleveren wanneer ook de technische voorwaarden voor dat systeem zijn nageleefd.
De camera moet bovendien door de lokale overheid zijn gefinancierd
Artikel 29quater bevat nog een bijzondere voorwaarde: de automatisch werkende toestellen moeten volledig door de lokale overheid worden gefinancierd.
Wanneer een private onderneming de camera’s of meetapparatuur geheel of gedeeltelijk financiert of voorfinanciert, ontstaat dus een afzonderlijk wettigheidsprobleem.
Dat punt bespreken wij uitgebreider in onze bijdrage over GAS 5 en private TaaS-trajectcontroles.
Het proces-verbaal moet ook worden meegedeeld
Artikel 29quater, § 4 bepaalt dat een afschrift van het proces-verbaal binnen veertien dagen na de vaststelling aan de sanctionerend ambtenaar moet worden bezorgd.
De sanctionerend ambtenaar moet vervolgens binnen veertien dagen na ontvangst een afschrift ervan, samen met het bedrag van de administratieve geldboete, aan de overtreder bezorgen.
Een gewone standaardbrief met alleen plaats, datum, snelheid en bedrag is dus juridisch niet hetzelfde als het proces-verbaal waarop de vaststelling steunt.
GAS 5-boete ontvangen? Vraag het volledige dossier op
Wie een GAS 5-boete wil controleren of betwisten, doet er goed aan minstens volgende stukken en gegevens op te vragen:
de oorspronkelijke gemeten snelheid, de gecorrigeerde snelheid, de toegepaste technische correctie, de identificatie van het meettoestel, het geldige ijkattest, de identiteit of het identificatienummer en de hoedanigheid van de bevoegde vaststeller, het proces-verbaal en de stukken waaruit blijkt wie de camera’s of meetapparatuur heeft gefinancierd.
Zeker bij een grotendeels automatische trajectcontrole is dat geen detail.
Automatisering kan de verwerking vergemakkelijken, maar zij vervangt de wettelijke voorwaarden voor een geldige vaststelling niet.
Wordt de betwisting door de sanctionerend ambtenaar afgewezen, dan kan tegen die beslissing binnen één maand beroep worden ingesteld bij de politierechtbank.
Ons kantoor treedt op voor het beroep bij de politierechtbank. U kunt daarvoor de beslissing van de sanctionerend ambtenaar, samen met de ontvangen stukken, bezorgen aan info@via-law.be.