Over de plicht dat het proces-verbaal binnen de 14 dagen moet worden verzonden en andere gelijkaardige verplichtingen
In het verkeersrecht gelden de processen-verbaal tot bewijs van het tegendeel. Het is met andere woorden aan de overtreder om zijn onschuld aan te tonen. De bewijslast rust bij politiezaken dus volledig op de schouders van de overtreder, terwijl het Parket of het Openbaar Ministerie kan volstaan door te verwijzen naar het aanvankelijk proces-verbaal met de vaststellingen.
De reden waarom aan de processen-verbaal die worden gebruikt in het verkeersrecht een bijzondere bewijswaarde werd verleend, is te vinden in het feit dat de wetgever het opportuun achtte om door de zeer grote frequentie van deze overtredingen, een vlotte afhandeling te verzekeren van deze dossiers en te vermijden dat er oeverloos zou worden gedebatteerd.
Concreet bepaalt artikel 62 van de Wegverkeerswet wat volgt: "De overheidspersonen die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, stellen de overtredingen vast door processen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen."
En verder: "Een afschrift van die processen-verbaal wordt aan de overtreders gezonden binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen van de datum van vaststelling van de misdrijven."
De voorwaarden om een proces-verbaal als het bewijs van het tegendeel aan te kunnen merken en dus als rechtsgeldig te aanvaarden zijn terecht streng en dan met name :
- Het proces-verbaal moet zijn opgesteld door de daartoe gemachtigde personen (bv. het personeel van het operationele kader van de federale en de lokale politie, het personeel van het administratieve en logistieke kader van de federale en lokale politie voor wat de vaststellingen die gesteund zijn op materiƫle bewijsmiddelen die door bemande of onbemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, betreft - zie verder artikel 3 van het KB van 1 december 1975 (Wegcode)). Het proces-verbaal moet ook worden gehandtekend door deze gemachtigde personen, zo niet is het nietig. Let op: vaak bevatten de kopies die worden verzonden geen handtekening maar voldoende is dat het origineel is ondertekend.
- De vaststellingen mogen enkel betrekking hebben op verkeersovertredingen. De afwezigheid van technische keuring of verzekering valt hier dus niet onder.
- De bewijskracht is beperkt tot de vaststellingen die de verbalisanten persoonlijk hebben gedaan. Aan verklaringen van derden opgenomen in het PV kleeft de bijzondere bewijskracht niet.
- De bijzondere bewijskracht geldt enkel voor processen-verbaal die zijn verstuurd binnen de 14 dagen na vaststelling van de overtreding. Wanneer het proces-verbaal te laat wordt verstuurd heeft dit tot gevolg dat het proces-verbaal zijn bijzondere bewijswaarde verliest en slechts als een eenvoudige inlichting moet worden beschouwd. Als het strafdossier enkel het aanvankelijk proces-verbaal bevat en geen enkel element de vaststellingen kan ondersteunen zoals een verhoor van de verdachte of foto's, kan de overtreder niet meer worden veroordeeld op basis van dit proces-verbaal. Een eenvoudige inlichting is niet meer dan het woord van de Politie dat eenvoudig kan worden tegengesproken. Het principe dat de overtreder onschuldig is tot het tegendeel is bewezen, geldt bij een eenvoudige inlichting dus nog steeds onverkort.
Het Hof van Cassatie ging in haar arrest dd. 22 december 2010 zelfs nog een stapje verder waar zij oordeelde dat een snelheidsmeting uitgevoerd door een onbemande camera en waarna het proces-verbaal vervolgens laattijdig werd verstuurd, niet meer kan worden aanvaard, zelfs niet als een eenvoudige inlichting. (Cass. 22 december 2010, RG P.09.1567.F., www.juridat.be)
Het loont kortom de moeite, in geval van laattijdige verzending om de inbreuk te betwisten en op te werpen dat het proces-verbaal diens bijzondere bewijswaarde heeft verloren.