Een vonnis van de Politierechtbank. Hoelang blijft dit zichtbaar op mijn strafblad?

Elke veroordeling door de Politierechtbank komt op het strafblad te staan en deze veroordeling blijft er ook staan maar er is een duidelijk verschil tussen uw strafblad of het uittreksel van goed gedrag en zeden.

Een vonnis of veroordeling gewezen door de Politierechtbank zal na drie jaar niet langer zichtbaar zal zijn op het uittreksel van goed gedrag en zeden en uittreksel dat vaak wordt gevraagd in het kader van werk. Dit gebeurt automatisch en u hoeft hier niets voor doen. Om het strafblad zelf te wissen moet een verzoek tot eerherstel worden ingediend hetgeen meer omslachtig is.

Artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering bepaalt met name wat volgt:

“Art. 595

Elke natuurlijke persoon of elke persoon bekwaam om een rechtspersoon te vertegenwoordigen, die zijn identiteit bewijst, kan een uittreksel uit het Strafregister verkrijgen, dat een overzicht bevat van de daarin opgenomen persoonsgegevens die op hem 4 of, naar gelang het geval, op de rechtspersoon betrekking hebben, met uitzondering van :

1° de veroordelingen, beslissingen of maatregelen opgesomd in artikel 594, 1° tot 6° ;

2° maatregelen getroffen ten aanzien van abnormalen op grond van de wet van 1 juli 1964;

3° de ontzettingen en maatregelen bedoeld in artikel 63 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade.

Veroordelingen tot gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden , veroordelingen bij eenvoudige schuldigverklaring, en veroordelingen tot geldboete van ten hoogste 1 500 euro en tot geldboete, ongeacht het bedrag ervan, die is opgelegd krachtens het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, worden niet meer op dit uittreksel vermeld na een termijn van drie jaar te rekenen van de dag van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken, behalve als ze in het vonnis, voorzien in een ontzetting of een vervallenverklaring waarvan de gevolgen de duur van 3 jaar overstijgen.

De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor het uitreiken van dit uittreksel. Voor een natuurlijke persoon die een woon- of verblijfplaats heeft in België, wordt het uittreksel uitgereikt door het gemeentebestuur van de woon- of verblijfplaats. Indien de betrokkene in België geen woon- of verblijfplaats heeft, wordt het uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie. Wanneer het een rechtspersoon betreft, wordt dit uittreksel uitgereikt door de dienst van het Strafregister van de Federale Overheidsdienst Justitie.

Elke natuurlijke persoon, voor zover hij zijn identiteit bewijst, geniet het recht op mededeling van de rechtstreeks op hem betrekking hebbende gegevens uit het Strafregister, overeenkomstig artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Ieder persoon bevoegd om een rechtspersoon te vertegenwoordigen, voor zover hij zijn identiteit bewijst, geniet het recht op mededeling van gegevens uit het Strafregister die betrekking hebben op de rechtspersoon die hij vertegenwoordigt.

De gegevens uit het strafregister die worden opgevraagd door onderdanen van een lidstaat of onderdanen van een derde land en die op henzelf betrekking hebben, worden onverwijld door het Strafregister opgevraagd bij de lidstaat waarvan de betrokkene de nationaliteit heeft respectievelijk de lidstaat of lidstaten die over gegevens uit het strafregister aangaande de betrokken derdelander beschikken overeenkomstig artikel 6, paragrafen 3 en 3bis, van het Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de organisatie en de inhoud van uitwisseling van gegevens uit het strafregister tussen de lidstaten en vervolgens meegedeeld aan de betrokken persoon.”